|
Door Eddie Taylor voor Nox Magazine, d.d. 2006.
Mahmoud al Massad, de meest getalenteerde documentaire filmmaker van de Arabische wereld, is nooit bang geweest om zijn blik te richten op de onderbuik van het hedendaagse leven in het Midden-Oosten. In zijn laatste documentaire onderzoekt hij de rol die armoede, geloof en politiek in zijn geboorteplaats Zarqa spelen.
“Het maakt niet uit hoe vaak je het tegen de mensen zegt”, zegt filmmaker Mahmoud al Massad klagend. “ Ze willen niet begrijpen dat ik geen enkele band heb met Musab Abu Zarqawi. Absoluut geen. Geen ideologische, geen politieke, geen religieuze en zelfs geen familieband. Ik ben niet of nauwelijks in hem geïnteresseerd. Maar dat verhaal willen de mensen niet horen.”
Al-Massad, die in Nederland woont met zijn vrouw en jonge zoon, is net geïnterviewd door een Nederlandse tv-zender. Het gesprek gaat over Zarqa, de Jordaanse stad met de as-grijze huizen en verlaten woningen en met de ernstig misbruikte naam, waar de filmmaker en de inmiddels overleden Zarqawi werden geboren en opgroeiden.
Vriendelijk en bedachtzaam besprak hij de frustraties en problemen van de stad, die in combinatie met orthodox geloof een gemeenschap hebben geschapen die radicaal verschilt van die in het geheel verwesterde Amman. Het zijn dezelfde thema’s als in zijn laatste documentaire Recycle.
Later op de avond echter, ontdekte hij dat zijn woorden louter waren gebruikt als voice-over bij filmfragmenten van de afschuwelijke onthoofding van Nick Berg. De boodschap was duidelijk: dit was een verdediger van terrrorisme.
“ Ik kon het niet geloven”, zegt Al-Massad. De volgende morgen werd hem door een woedende buurtgenoot toegeschreeuwd ‘zijn’ land te verlaten. “ Ik begrijp nu hoe het nieuws werkt. Recycle gaat over de mensen in deze stad, mijn stad, en de vaak ondraaglijke levensomstandigheden waarin ze noodgedwongen verkeren. Maar omdat ik enkele van deze mensen beter ben gaan leren kennen, ben ik meteen een sympathisant.
Stel je voor: iemand loopt op straat op je af en geeft je een klap in je gezicht. Het eerste wat je doet is toch hem vragen waarom hij dat doet? Dat wilde ik in Zarqa ontdekken: wat is de realiteit van die plek, hoe is ’ t om in zo’ n omgeving te leven, wat zijn de verhalen die niet gehoord worden? Mensen willen geen antwoorden meer, ze willen veroordeling.”
Dat iemand van de pers voor een moment het zicht op het verschil tussen verheldering en goedkeuring vertroebelt, was niet het enige probleem waar Al-Massad op stuitte tijdens het maken van Recycle. In Zarqa werden de inwoners, die al zeer wantrouwend stonden tegenover camera’s en interviews tijdens de groeiende – en vervolgens afnemende – bekendheid van Zarqawi, goed bewaakt door een leger van inlichtingendienst-officieren, die niet bepaald bekend staan om hun respect voor artistieke vrijheid.
Tegelijkertijd konden mensen met directe connecties met Zarqawi openlijk hun vijandigheid tonen. Er braken daadwerkelijk gevechten uit in een moskee, toen een imam opperde dat de koran de jihad niet goedkeurt. En Al-Massad zelf werd direct bedreigd toen hij éénmaal te veel zijn camera naar zijn schouder bracht.
“ Er waren momenten dat ik werkelijk bang was om met Zarqawi’s neven te spreken” , zegt hij, terug in Amman, zichtbaar tevreden achter een bord met gebakken kip in zijn favoriete First Circle-restaurant. “ Maar ik moest iedereen er steeds aan helpen herinneren dat ik een filmmaker ben en geen journalist en dat ik niet een film over Zarqawi aan ’t maken was.”
Recycle zou echter juist niet zo bijzonder zijn als het maken ervan enigszins eenvoudig was geweest. De kale, adembenemende portrettering van ’t leven in Zarqa, gezien door de ogen van Abu Ammar – een amateur islam-geleerde die vecht om zijn schare kinderen te kunnen onderhouden met steeds minder middelen – is vreselijk eerlijk, vaak ongemakkelijk makend en niet minder dan meeslepend. In prachtige scènes met heldere, diepe kleuren, wordt de kijker met net zoveel kracht in de wereld van Al-Massad getrokken als in die van zijn hoofdpersoon.
Abu Ammar is een voormalige jihad-strijder, vader van acht kinderen en echtgenoot van twee vrouwen, die een boek over de Heilige Oorlog schrijft in een poging om zijn geloof met de bestaande politieke realiteit te verzoenen. Zonder enige middelen tot financiering van een publicatie van het boek, - ondanks groeiende waardering van universitaire koran-kenners uit Saoedie-Arabië – is hij veroordeeld tot het voorlezen van passages uit zijn boek aan clubjes vrienden in zijn voorkamer en moet hij zich steeds zorgen maken waar zijn volgende maaltijd weer van betaald moet worden.
“Ik ontmoette hem toen ik research aan ’t doen was voor een heel andere film”, legt Al-Massad uit, terwijl hij beschrijft hoe hij oorspronkelijk het bestaande culturele conflict tussen de islam en het Westen wilde onderzoeken. “ Ik was op zoek naar mensen in mijn geboortestad die hun houding tegenover de jihad konden uitleggen en wilde onderzoeken waarom mijn geboorteplaats zo’n dankbare broedplaats voor extremisme schijnt te zijn. Ik sprak met veel leden van Zarqawi’s familie en met mensen van Hay Massoum, die samen met hem in Afghanistan en Irak vochten. Maar toen ontmoette ik Abu Ammar, een buurman van mijn vader en veranderde de focus van mijn film helemaal.
Hij was eerlijk, direct en een analyticus: hij bezat een echte wijsheid. Hij sprak over de jihad, wat die met de koran te maken heeft, over zijn islam-studie en zijn bevindingen daarin. Maar het was pijnlijk om te zien hoe hij moest vechten voor zijn dagelijkse leven; hij leed en streed erg hard. Vaak wilde ik de camera gewoon wegleggen en hem helpen. Om mensen zo te zien leven, met alle druk, met de onmogelijkheid om iets van je leven te maken in deze stad: dan besef je dat Zarqawi helemaal niets voorstelt.
Wat stelt een filmmaker daarmee vergeleken voor?”, vraagt Al-Massad zich af, die als eerste Jordaniër werd geselecteerd voor het Filmfestival van Cannes met zijn film Shatter Hassan – een portret van een dakloze Marokkaanse muzikant in Utrecht uit 2002. “Het is gekkigheid, echt waar. Blijf hier twee weken, een maand en het leven is gewoon verschrikkelijk. Ik had ’t gevoel dat mijn hart stilstond, alsof ik dood was.”
Die hulpeloosheid weet hij meer dan voldoende in beeld te brengen in de loop van zijn film Recycle. Een lang aangehouden shot van een kind dat in zijn koffie zit te roeren in een kale, roestkleurige keuken, slechts verlicht door een enkel peertje of van de opkomende zon die de daken van de huizen doet oplichten met een paar vogels in de lucht die het enige leven in de stad lijken te vormen, omlijsten een dag uit het leven van Abu Ammar.
Beelden van ’s avonds laat in een transportbusje, de straten afstropend op zoek naar de kartonnen dozen, die hij verkoopt om in zijn levensonderhoud te voorzien, gevolgd door die van een vroege morgen op het platteland van Khaladeeyeh om net zo moeilijk te krijgen kamelenmelk te bemachtigen voor zijn zieke moeder, ontvouwen in een subtiel ritme en wonderlijk vakkundig gefotografeerd, een verhaal van hopeloze eenvoud.
In veel scènes uit dat verhaal speelt de verhouding van Abu Ammar met zijn jongste zoon, de vierjarige Abu Bakr, een rol. De boodschap uit de titel van de film lijkt ermee te worden onderstreept. De sociale, economische en religieuze omstandigheden die een Zarqawi hebben voortgebracht en de honderden mujahedeen-strijders uit de nauwe straatjes van Zarqa die hem voorafgingen, zullen steeds weer een vruchtbare bodem blijken te zijn zolang er zo weinig in de armste leefgemeenschappen van het Midden-Oosten wordt geïnvesteerd.
“Deze man is van mijn leeftijd”, vult Al-Massad aan. “Zijn jongste zoon is niet veel ouder dan mijn eigen zoon, Milad. Wanneer hij begon te spreken over zijn vaderschap, moest hij stoppen omdat hij moest huilen. Hij wist hoe moeilijk de toekomst van zijn zoon eruit zag en hij maakte zich vanwege zijn eigen ervaringen echt grote zorgen over hem. De dagelijkse spanningen waren ongelooflijk.”
In de twaalf maanden die volgen ontwikkelt Abu Ammar zich – of valt terug, afhankelijk van je interpretatie – van baardige islam-kamergeleerde – bewerend dat geen enkele moslim ooit naar een niet-moslimland mag emigreren – tot een gladgeschoren, aangepaste en introspectieve persoon die de mogelijkheden verkent om zijn familie een beter leven te kunnen bieden. Dat was voor Al-Massad een onverwachte uitkomst. De man die steun zocht in zijn geloof om zijn eindeloze dagelijkse beproevingen het hoofd te bieden, die nooit een onvertogen woord sprak over zijn levenssituatie, zweert plotseling de duidelijk zichtbare, uiterlijke kenmerken van het moslim-zijn af en zoekt elders oplossingen.
“Hij is zeker veranderd in de korte tijd dat ik hem heb leren kennen. Eigenlijk was het proces tweeledig: terwijl hij persoonlijk veranderde, kreeg hij tegelijk, in professionele zin, een echt begrip van het filmproductieproces. Hij deed voorstellen voor de belichting en perfectioneerde zijn eigen bijdrage. Ik zou willen dat we konden terugkeren om een paar van de scènes uit het begin over te doen.
Maar uiteindelijk was zijn verandering goed te begrijpen. Hij wil gewoon een eenvoudig leven en in staat zijn om zijn kinderen te voeden. En dat kan hij hier niet vinden.”
Hoewel Recycle uiteindelijk niet over Zarqawi gaat, hangt diens schaduw onmiskenbaar over de stad en bijgevolg over het landschap van de film. Als Abu Ammar hardop voorleest uit de aantekeningen voor zijn boek en met kracht herhaalt dat Irak niet moet worden bevrijd door individuele moslims maar door islamitische regeringen, zijn veel van de mannen in zijn gehoor leden van Zarqawi’s familie. In gesprekken met winkeliers, technici en taxichauffeurs duikt zijn naam steeds op. En de stad, zo vertelt Al-Massad, is zelfs begonnen met de ontwikkeling van een Zarqawi-industrie.
“Bepaalde mensen gedroegen zich bijna als professionele interviewees: ze stonden in de rij om te worden ‘verhoord’ door internationale nieuwszenders of ze speelden, voor een paar dinar, bereidwillig de gids voor nieuwsgierige journalisten, terwijl ze aanwezen waar de Al-Quaeda-strijder naar school ging, voetbalde of werkte; alsof de sleutel voor het ontstaan van de jihad in een stoffig klaslokaal of een nauwe straat zou liggen.
Overal vind je nu mensen die beweren met hem gevochten te hebben in Afghanistan of in Irak”, legt Al-Massad uit. “Het interessante van dit alles voor mij is dat hij hier helemaal niet zo serieus placht te worden genomen. Hij werd gezien als een laatbloeier toen hij voor de jihad koos, ging naar Afghanistan helemaal op het einde van de oorlog, toen de meeste strijders hier al terug waren gekomen en hun normale leven weer hadden opgepakt, zonder veel poeha. Maar met alle aandacht die hij de stad heeft gegeven, is hij voor de jongere generatie als het ware een soort Robin Hood-figuur geworden – een deel van de lokale folklore in plaats van iemand die het bloed van burgers aan zijn handen heeft. Het is net alsof de bomaanslagen op de hotels in Amman in de afgelopen maand november (2005 /red.) langs een aantal mensen in Zarqa zijn heengegaan; alsof wat daar is gebeurd niet zo’n grote tragedie is als die, welke zij zelf moeten doormaken. Het is net alsof ze al geloven dood te zijn.
Irak is voor veel mensen voor Afghanistan in de plaats gekomen”, gaat Al-Massad verder, refererend aan Zarqa’s bekendheid als een beruchte rekruteringsplaats voor mujahedeen in de oorlog tegen de Sovjet-Unie in de jaren tachtig van de vorige eeuw. “Maar het is duizend keer erger, volgens mij. Toen mensen naar Afghanistan gingen twintig jaar geleden, lieten ze zoveel achter om zich zorgen over te maken. Het was in zekere zin een gouden tijdperk voor Jordanië. Van de tegenwoordige tijd denk ik dat niet. Er is een gevoel in Zarqa dat je erg weinig te verliezen hebt wanneer je aan de strijd deel gaat nemen.”
Het is maar een van de vele observaties die een groeiende verwijdering markeren tussen Al-Massad en de stromingen en gemeenschappen in zijn geboortestad. Na de langste tijd van zijn leven in Zarqa te hebben doorgebracht sinds hij als twintiger naar Roemenië en Duitsland vertrok, om zijn filmcarrière gestalte te geven, was Al-Massad opgelucht om naar Amman en later naar Utrecht te kunnen terugkeren, waar de confrontaties beperkt bleven tot televisiedebatten en opinieartikelen.
“In meerdere opzichten voel ik me alsof ik nergens meer vandaan kom”, zegt hij. “Ik herken mezelf zeker niet meer als iemand die uit Zarqa afkomstig is. Maar dit is mijn plaats, mijn stad, dit zijn mijn mensen en de situatie is afschuwelijk. Het verbaast me eigenlijk niet dat iemand als Zarqawi hiervandaan kwam.”
Al-Massad levert zijn scherpe kritiek niet vanuit een bevoorrechte positie. Zijn eigen vader verloor een reeks bedrijven vanwege schulden die hem in de weg zaten; en Al-Massad financieerde de film uit eigen zak en moest zelfs geld lenen om hem af te kunnen maken. Hij spreekt openhartig over de druk die het op zijn huwelijk legde. “ Het was bepaald een moeilijke film om te maken”, geeft hij toe. “Financieel was het ook moeilijk, vooral met een vrouw en kind om voor te zorgen. Ik verbleef bij mijn familieleden, die hun eigen problemen hebben en voor mijn Nederlandse vrouw, die geen Arabisch spreekt, was dat helemaal moelijk. Juist in die omgeving was ik zo dankbaar dat ik elke dag aan ’t werk kon gaan.”
Als Recycle wordt uitgebracht zou hij weleens een minder betoverende uitwerking kunnen hebben op diegenen in Jordanië, die graag hoog opgeven van de glanzende moderniteit van het verwesterde Amman, als nieuwe brug etc.
Al-Massad is helemaal niet bang voor negatieve reacties – “Ik maak voor niemand propaganda” – en gelooft eigenlijk dat zijn film zijn land kan helpen. “Een waarheidsgetrouwer beeld laten zien van Jordanië aan degenen met invloed, zowel in als buiten het land, bewijst het land een grotere dienst dan welk aantal vanuit de lucht genomen video’s over ’s lands historische schatten dan ook.
Natuurlijk zullen er altijd mensen blijven bestaan die alleen maar de mooie kant van Jordanië willen laten zien, met Petra en Jerash en de Dode Zee”, zegt hij, terwijl hij steeds geanimeerder over de richting die zijn land opgaat, begint te praten. “Ik hoop alleen maar dat iemand met visie hem hier ziet, begrijpt wat ik gedaan heb, wat ik heb proberen te bereiken. Dit is een land dat niets bezit, maar dat zijn gasten met eten en gastvrijheid overlaadt. Het is vreemd, fantastisch, prachtig, lelijk, wanhopig.
Ik hoop dat mensen zullen beseffen dat er hier echte nood is”, concludeert Al-Massad. “ Ik ben niet bang voor kritiek. Ik heb een film gemaakt, geen bom.”
|